Asset allocatie: jouw risicoprofiel bepalen

Asset allocatie

Een veelgehoorde vraag bij beginnende beleggers is welk percentage van hun vermogen in aandelen moet worden gestoken, en welk gedeelte in vastrentende waarden zoals obligaties, deposito’s en spaargeld. Het bepalen van het voor jou meest geschikte risicoprofiel, ook wel een asset allocatie genoemd, is cruciaal voor het behalen van je beleggingsdoelen.

Na de eerste twee stappen voor de beginnen belegger, het vinden van een geschikte bank of broker en het kiezen van de beste beleggingsfondsen, is het tijd voor de derde stap: de asset allocatie, ofwel de indeling van het vermogen over verschillende beleggingscategorieën.

Wat is een asset allocatie?

Vermogen wordt doorgaans verdeeld over verschillende beleggingscategorieën, met elk een eigen risico en verwacht rendement.

Zo kun je beleggen in aandelen waarmee je relatief veel risico loopt, maar ook hogere rendementen kunt verwachten. Daarnaast kun je investeren in ‘veiligere’ categorieën, zoals obligaties, deposito’s of de spaarrekening. Dit worden ook wel vastrentende waarden genoemd. Hiermee loop je minder risico, maar ontvang je ook minder rendement in de vorm van een kleine rentevergoeding.

De verhouding waarin iemand investeert in aandelen en vastrentende waarden wordt ook wel de asset allocatie genoemd. De asset allocatie kun je ook zien als jouw persoonlijke risicoprofiel: iemand die voor 100% in aandelen investeert heeft een zeer hoog risicoprofiel, terwijl iemand met slechts 20% aandelen en 80% obligaties een zeer conservatief risicoprofiel heeft.

De grote vraag is natuurlijk wat de ideale verdeling is. Hierover zijn ongelooflijk veel verschillende meningen te vinden op het internet, waarvan enkele hieronder kort zullen worden besproken. Daarna zal ik uitleggen waarom alleen jij jouw ideale asset allocatie kunt bepalen.

Populaire (maar niet altijd geschikte) asset allocaties

Als je op internet vraagt naar de ideale asset allocatie, zul je de onderstaande suggesties vaak horen langskomen. Toch zijn ze allemaal erg verschillend, en lang niet voor iedereen geschikt.

100% aandelen: alleen voor mensen met stalen zenuwen

De meest agressieve asset allocatie die er bestaat (op handelen met een hefboom na) is een investering in 100% aandelen. Dit wordt vooral vaak aangeraden voor en door jonge beleggers, met een lange beleggingshorizon.

Feitelijk gezien is dit de best presterende asset allocatie voor de lange termijn: in het verleden is er namelijk geen enkele langere periode terug te vinden waarin aandelen minder rendement opleverden dan vastrentende waarden.

Het grote probleem met een allocatie van 100% aandelen is de grote bewegelijkheid, of volatiliteit, van beurskoersen.  Tijdens een beurscrash, zoals die van 2008, kun je met 100% aandelen zomaar 50% van je vermogen verliezen. Helaas is in het verleden gebleken dat veel mensen bij zo’n waardedaling de moed verliezen, en op het slechtst mogelijke moment hun aandelen verkopen.

Dit maakt de 100% aandelen allocatie alleen geschikt voor investeerders met stalen zenuwen en een lange beleggingshorizon.

60/40: De permanente allocatie

Een verdeling tussen 60% aandelen en 40% vastrentende waarden wordt ook wel gezien als de klassieke, permanente portfolio. Deze allocatie zou je in principe je gehele leven aan kunnen houden, zowel tijdens de fase waarin je vermogen opbouwt, als de fase waarin je het vermogen opmaakt (pensioen bijvoorbeeld).

Deze verhouding wordt al decennialang genoemd als ideaal voor iedereen die een gebalanceerde beleggingsportefeuille zoekt, zonder er verder werk of onderzoek in te willen steken.

In het verleden zat er verrassend weinig verschil in de rendementen van de 60/40 allocatie en de 100% aandelen allocatie. Dit kwam echter omdat de rentes op obligaties vroeger vele malen hoger lagen, waardoor het prestatieverschil met aandelen minder groot was. Het is de vraag of de 60/40 allocatie met de huidige lage rentestanden nog wel in de buurt kan blijven.

50/50: Nooit teleurgesteld

Perfect voor twijfelaars: 50% aandelen en 50% vastrentende waarden. Als de beurs flink omhoog gaat kun je jezelf op de schouder kloppen omdat je een aanzienlijk deel van je vermogen in aandelen geïnvesteerd hebt. Wanneer de beurs crasht ben je blij dat je de helft van je vermogen in ‘veilige’ vastrentende waarden hebt gehouden.

Leeftijd in vastrentende waarden

De laatste, en misschien wel meest genoemde allocatie maakt geen gebruik van een vaste verhouding tussen aandelen en vastrentende waarden, maar is afhankelijk van je leeftijd.

Je neemt simpelweg je huidige leeftijd en gebruikt dit als percentage voor je vastrentende waarden. Wanneer je 30 jaar oud bent, heb je dus 30% vastrentende waarden en 70% aandelen.

Deze strategie is ontwikkeld met het idee dat jonge investeerders een lange beleggingshorizon hebben, en daarom meer risico (aandelen) kunnen nemen. Naarmate je ouder wordt, en meer vermogen opgebouwd hebt, neemt de hoeveelheid vastrentende waarden steeds verder toe, waardoor de gehele portefeuille steeds stabieler wordt.

Je kunt op deze strategie variëren door 5 of 10 jaar van je leeftijd af te trekken, waardoor je iets meer risico neemt.

De juiste asset allocatie: afhankelijk van je beleggingsdoel

Er is weinig mis met de hierboven genoemde asset allocaties, maar het is hoogstwaarschijnlijk niet dé ideale verdeling voor jouw persoonlijke situatie. Daarom ga ik nu in op de vraag hoe je jouw eigen asset allocatie kunt bepalen.

De ideale allocatie is afhankelijk van drie belangrijke vragen waarop je antwoord moet geven:

  • Wat is mijn beleggingsdoel?
  • Wanneer wil ik dit beleggingsdoel behalen?
  • Hoeveel kan ik jaarlijks beleggen?

Waarschijnlijk heb je wel een bepaald doel voor ogen. Je wilt bijvoorbeeld 10 jaar eerder kunnen stoppen met werken, of je belegt omdat je over 20 jaar een vakantiehuisje in Spanje wilt gaan kopen. Je kunt natuurlijk ook toewerken naar een specifiek bedrag. Misschien is je grootste wens wel om op je 60e miljonair te zijn.

Met het beleggingsdoel en de termijn op papier, ben je klaar om te gaan rekenen. Feest!

De ideale asset allocatie geeft jou de beste kans om je beleggingsdoel te halen, met het minst mogelijke risico. Hiervoor moeten we eerst kijken naar de hoeveelheid rendement die er jaarlijks moet worden behaald om het doelbedrag te bereiken. Daarna bekijken we welke verdeling tussen aandelen en vastrentende waarden dit rendement (waarschijnlijk) het dichtst zal benaderen.

Hierbij gaan we uit van de volgende voorwaarden:

  • Het historisch gemiddeld rendement op aandelen is 7% per jaar
  • De beste vastrentende waarden leveren momenteel 1% per jaar op
  • Je betaalt in Nederland vermogensbelasting

Rekenvoorbeeld: Miljonair over 40 jaar

In dit voorbeeld gaan we er even vanuit dat je als 20-jarige begint met beleggen, met als doel jezelf op je 60e miljonair te mogen noemen. Op de eerdergenoemde vragen geef je de volgende antwoorden:

  • Beleggingsdoel: 1.000.000 euro
  • Termijn: 40 jaar
  • Verwachte jaarlijkse inleg: 10.000 euro

Gelukkig bestaan er handige online calculators om te bepalen welk rendement hiervoor nodig is. De genoemde cijfers voer je bijvoorbeeld bij Berekenhet.nl in.

Het benodigde rendement voor het behalen van het beleggingsdoel blijkt een fractie boven de 5% per jaar te liggen.

Nu moeten we kijken welke verhouding tussen aandelen (7% rendement) en vastrentende waarden (1% rendement) dit cijfer het dichts benaderd. Uit een simpele rekensom blijkt dat een 67/33 verhouding gemiddeld 5.02% rendement oplevert, en dus aan onze eisen voldoet.

Ongeveer twee derde van het vermogen moet dus in aandelen worden gestopt om de beste kans te maken op het behalen van het doel, met het minst mogelijke risico.

Let wel op: Jouw situatie kan over een periode van 40 jaar natuurlijk flink veranderen. Zo kan het zijn dat je in de toekomst jaarlijks veel meer kunt inleggen dan verwacht, of dat de beurs uitzonderlijk goed of slecht presteert. Het is natuurlijk niet nodig om nog veel risico te blijven nemen als je op je 50e al de gewilde miljoen op de bankrekening hebt staan.

Daarom is het verstandig deze rekensom om de paar jaar even opnieuw te doen om te kijken of je je allocatie moet bijstellen.

Wat als ik geen specifiek doel heb?

Het kan natuurlijk zo zijn dat je geen specifiek beleggingsdoel voor ogen hebt en gewoon zoveel mogelijk vermogen wilt opbouwen, of dat je zo snel mogelijk financieel onafhankelijk wilt worden en er dus geen vaste datum aan wilt hangen. Wat doe je dan?

Zoals eerder gezegd heeft historisch gezien 100% aandelen altijd het beste rendement opgeleverd. Dit lijkt dan ook de beste optie als je zo snel mogelijk vermogen wilt opbouwen op de beurs.

Dit zou ik echter alleen aanraden aan investeerders die tijdens hun beleggingscarrière al een beurscrash hebben meegemaakt, en daarbij geen moment de neiging hebben gehad om op de verkoopknop te drukken.

Voor iedereen die zoiets nog niet heeft meegemaakt: begin met een conservatieve portefeuille en wacht tot de eerste beurscrash (en die komt er op een gegeven moment zeker) je duidelijk maakt hoe hoog je werkelijke risicotolerantie is.

Deel dit artikel:

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *